Presentatie
Doorheen het academiejaar worden de studenten gecoached om hun resultaten zo overzichtelijk mogelijk weer te geven in stakeholder presentaties.
METHODIEK 1: Desk Research
Aantal respondenten
?
Schatting
?
Reëel
Belangrijkste resultaten
- 1. Politics Politieke beslissingen hebben een grote impact op de cultuursector en zijn geheel (Svich, 2022). Zulke beslissingen leiden ofwel tot investeringen of tot besparingen in de cultuursector. De staat financiert vaak een groot netwerk van theaters en geeft hen subsidies, hierdoor is het budget van cultuurhuizen grotendeels afhankelijk aan staatssteun (Sayfullaev, 2021). België is met de komst van de nieuwe regering enorm aan het besparen om zo het begrotingstekort te verminderen. Hierdoor wordt er dus ook bespaard op de cultuursector. Cultuurhuizen ontvangen een dalend budget, aldus Kristof. Olivier en Franky vermelden hierbij ook dat de politiek steeds meer reguleert en invloed heeft op het cultuurbeleid. Hieruit ontdekken we twee trends. De eerste trend is stijgende bezuinigingspolitiek dat leidt tot krimpende financiële staatssteun voor de cultuursector. De cultuursector ziet budgetten dalen door besparingen van de huidige regering. De tweede trend is de toenemende politieke regulering in de cultuursector. De overheid bemoeit zich steeds meer met de cultuur en wil meer sturen. Cultuurhuizen verliezen hierdoor mogelijks een deel van hun autonomie en moeten aan opgelegde voorwaarden voldoen. 2. Economics Zoals hierboven vermeld staat, is de cultuursector financieel afhankelijk van de staat. Wanneer dan de overheidsuitgaven voor de culturele sector in Vlaanderen daalt, stijgt het belang van de private sector (OECD, 2023). De cultuursector moet budget halen uit andere zaken. Hierdoor kunnen nieuwe financiële modellen ontstaan, zoals contracten met regisseurs, sponsors, fondsen en internationale organisaties die samenwerken (Sayfullaev, 2021). Deze nieuwe modellen zijn nodig want anders gaan cultuurhuizen moeten schrappen in aanbod en programmatie voor jongeren (OECD, 2023). Olivier vermeld hier passend bij dat cultuurhuizen steeds meer afhankelijk worden van private inkomsten en fondsen. Hieruit ontdekken we drie nieuwe trends. Ten eerste is er een stijgende trend rond privatisering van de financiering. Door besparingen vanuit de staat moet de sector zich bezighouden met een marktgerichte aanpak. Dit maakt cultuurhuizen afhankelijker van private inkomsten, fondsen en sponsoring. Ten tweede is er een stijgende nood aan hybride financiering in de cultuursector om budget te vinden. Samenwerkingen met internationale organisaties, contracten met regisseurs en externe fondsen als nieuw verdienmodel is een noodzakelijke innovatie om te blijven overleven. Als laatste is er een dreiging op de productie en programmatie door economische druk. Als budgetten te laag blijven dreigt er gesneden te worden in de programmatie, waarbij jongeren een lager cultuuraanbod krijgen. 3. Social De cultuursector heeft een enorm diverse en versnipperde doelgroep. Kristof argumenteert hierbij dat de maatschappij an sich divers en complexer wordt, wat zich weerspiegeld op het publiek. Theater, dansvoorstellingen en concerten creëren waarde. Het aanbod moet waardevol zijn voor het publiek anders komen ze niet opdagen. Een verhaal of show creëert emoties, zet aan tot denken en biedt escapisme. Zo ontstaan er een bilaterale communicatie tussen de kijker en de show, want het publiek verwerkt de informatie en zal reageren (Buljubašić, 2020; Tsagareli, 2021). Door de versnipperde doelgroep is het van groot belang dat de cultuursector zijn publiek begrijpt en ernaar luistert. Volgens Franky kan je de doelgroep segmenteren op basis van hun identiteit en op basis van hun generatie. Een groot deel van Gen Y (geboren 1980-1996) geeft aan dat ze minder tijd hebben om te participeren. Dit kan liggen aan het feit dat zij zich in de levensfase bevinden waarin zij jonge ouders zijn. Zij worden het meest aangetrokken tot shows door een aanbeveling van een vriend. Dit toont aan dat ze het beste bereikt worden via face-to-face communicatie en minder digitaal (Buljubašić, 2020). Aansluitend ziet Mohammed dat oldschool marketing, bijvoorbeeld via flyers, soms beter werkt dan digitale marketing. Want de mens is een sociaal dier en heeft dus nood aan sociaal contact waardoor dit soms de beste manier is om hen te bereiken. Gen Z (geboren 1996-2010) gedraagt zich iets anders. Het meest voorkomende obstakel voor hen is een gebrek aan interesse. Dit kan liggen aan het feit dat zij het moeilijk vinden om langdurig geïnteresseerd en geconcentreerd te blijven op iets. Zij zijn daarentegen wel technologisch afhankelijk en hebben nood aan digitale communicatie. Adverteren via sociale media en e-mail nieuwsbrieven zijn een belangrijke manier om hen te betrekken (Buljubašić, 2020). Hieruit ontdekken wij drie nieuwe trends. De eerste trend gaat over de generatiekloof in het publiek. Een ‘one-size-fits-all’ benadering is niet meer van deze tijd. Gen Z en Gen Y, maar ook andere generaties ervaren andere noden en behoeftes. De tweede trend gaat over de marketingparadox (Oldschool vs. digitaal). Cultuurhuizen moeten een communicatiestrategie voeren die de versnipperde doelgroepen kan bereiken. De derde trend gaat over de stijgende nood aan co-creatie. Het publiek van de cultuursector is geen passieve consument. Men komt kijken als het aanbod “waarde” heeft voor hen. De cultuursector moét luisteren naar hun publiek. 4. Technology Volgens Patsalidis (2025) krijgt technologie een steeds meer dominante rol binnen de cultuursector. Technologie stimuleert de democratisering van theater. Toneelstukken, dansvoorstellingen enzovoort kunnen via opname meer toegankelijk gemaakt worden voor mensen die gehinderd zijn door economische, gezondheids, -geografische of tijdproblemen. Bovendien kan er ook geëxperimenteerd worden met hybride formats en stage tech. Virtual reality, CGI en interactie omgevingen bieden een immersieve ervaring voor het publiek. Hierdoor vervaagt de grens tussen de kijker en het theaterstuk. Het publiek kan participeren en de performance in real time beïnvloeden. Immersive theatre is een voorbeeld van zo een nieuw format dat is ontstaan door de implementatie van technologische veranderingen in de cultuursector. Het format maakt het mogelijk om een denkbeeldige omgeving te laten reageren met het fysieke lichaam waarbij het publiek centraal staat. Kenmerkend hierbij is de agency en interactie bij het publiek (Punpeng & Yodnane, 2023). VR-, AR-, MR- en XR-technologieën spelen een grote rol in het creëren van zulke immersieve ervaringen voor het publiek (Iudova-Romanova et al., 2022). Kunstenaars ervaren hierdoor meer mogelijkheden rond hun artistieke expressie, maar kennis van 3D-software en computergraphics is wel noodzakelijk (Tonkoshkura, 2022). Technologische innovaties maken nieuwe esthetische mogelijkheden voor cultuurhuizen, het vergroot de publieksinteracties en stimuleren nieuwe formats. Hier halen we enkele trends uit. Ten eerste is er de trend van toenemende democratisering van theater. Optredens en voorstellingen worden meer toegankelijk voor iedereen. Content kan online worden gezet en gearchiveerd. Ten tweede is er meer interactie en agency bij het publiek. Er ontstaan interactieve omgevingen waarbij het publiek actief deelneemt en soms zelf co-creëert. 5. Environment Niet relevant voor ons onderzoek. 6. Legislative Niet relevant voor ons onderzoek. 7. Bibliografie Buljubašić, I. (2020). EXPLORING THE MOTIVES OF YOUNG AUDIENCE FOR THEATRE ATTENDANCE. International Journal Vallis Aurea, 6(2), 5-15. https://doi.org/10.2507/IJVA.6.2.1.70 OECD, (2023). Culture and the Creative Economy in Flanders, Belgium. Patsalidis, S. (2025). Major Challenges Facing 21st Century Theatre. Punpeng, G., & Yodnane, P. (2023). The route to immersion: A conceptual framework for cross-disciplinary immersive theatre and experiences. Humanities and Social Sciences Communications, 10(1), 961. https://doi.org/10.1057/s41599-023-02485-1 Sayfullaev, N. B. (2021). The Main Trends in the Development of Theatrical Art in Uzbekistan. International Journal of Early Childhood Special Education, 268-273. https://doi.org/10.9756/INT-JECSE/V13I1.211028 Svich, C. (2022). Toward a Future Theatre: Conversations during a Pandemic. Tonkoshkura, O. (2022). Theatre in the Age of Digital Technologies. ARTISTIC CULTURE. TOPICAL ISSUES, 18(2), 30-35. https://doi.org/10.31500/1992-5514.18(2).2022.269774 Tsagareli, T. (2021). CHALLENGES OF THE 21st CENTURY IN THE ART OF THEATER.
METHODIEK 2: Expert interview
Aantal respondenten
10
Schatting
10
Reëel
Belangrijkste resultaten
- Trends en onzekerheden Vlaamse cultuursector Aan de hand van de transcripties van onze expertinterviews en deskresearch werden de voornaamste trends en onzekerheden geïdentificeerd. Net zoals bij de structuur van onze interviews zijn deze opgedeeld volgens het PESTEL raamwerk. Politiek Stijgende invloed door regulering - Deze trend heeft betrekking op de toenemende mate waarin overheidsbeleid en subsidiëring de werking en de inhoud van cultuurhuizen bepalen. Dalende subsidies - Er is een groeiende financiële druk op cultuurhuizen door de vermindering van overheidssubsidies. Economie Dalend budget - Enerzijds is er economische onzekerheid en inflatie waardoor jongeren minder kunnen/willen betalen. Anderzijds krimpen de inkomsten van cultuurorganisaties zelf terwijl kosten onder druk staan, waardoor er minder middelen overblijven voor de artistieke werking. Stijgende diversifiëring van inkomstenbronnen - Door het wegvallen van structurele subsidies worden cultuurhuizen steeds afhankelijker van private fondsen en alternatieve financieringsmodellen, wat de competitie tussen organisaties versterkt. Toenemende privatisering - Door afnemende structurele subsidies schuift de overheid het cultuurveld meer richting private financiering. Hierdoor moeten organisaties nieuwe inkomstenmodellen ontwikkelen. Sociaal Complexere samenleving - De samenleving wordt complexer door groeiende diversiteit, verschillen in sociaaleconomische en culturele achtergronden en toenemende segmentatie van het publiek, waardoor niet alle groepen evenveel participeren. Tegelijk ontstaan nieuwe uitdagingen rond toegankelijkheid, inclusie en macht, waardoor culturele organisaties balanceren tussen brede publiekswerking en specifieke doelgroepen. Dalende diversiteit van aanbod - De diversiteit in programmatie en aanbod staat onder druk door krimpende budgetten en toegenomen concurrentie, waardoor minder ruimte ontstaat voor variatie en artistieke risico’s. Dalende interesse jongere generaties - Jongeren tonen minder interesse in cultuur en kunst omdat hun aandacht meer platform gedreven is, en omdat ze minder in aanraking komen met kunst en cultuur. Daarnaast zorgen tijdsgebrek, veranderende waarden en technologische afhankelijkheid ervoor dat de drempel om actief deel te nemen aan cultuurbeleving groter wordt. Zo verwachten jongeren bijvoorbeeld hyper gepersonaliseerde content. Dalende betalingsbereidheid, stijgende serviceverwachtingen - Men is minder bereid geld uit te geven aan cultuur vanwege hogere levenskosten en de gewoonte aan gratis online entertainment. Ook verwachten ze een hoger serviceniveau van culturele instellingen en nightlife. Stijgende nood aan co-creatie - De cultuurconsument vandaag is verschoven van een passieve toeschouwer naar een actieve maker. Het publiek heeft de wens om inspraak te hebben in het culturele aanbod. Cultuurhuizen moeten platformen worden voor co-creatie. Achterblijvende diversiteit/inclusiviteit in het cultuurbeleid - Hoewel de cultuursector zegt inclusiever te willen worden, blijft hij structureel wit en middenklasse, waardoor echte veranderingen in macht en middelen uitblijven en organisaties vooral veilige symbolische acties nemen, met als gevolg dat de participatiekloof voor diverse groepen groot blijft. Meer versnipperde doelgroep - Er is een opkomst van gesegmenteerde nichegroepen die de cultuur veel meer vanuit hun eigen individualistische identiteit beleven. Medialisering van cultuurbeleving - Digitale technologieën en sociale platforms hebben een invloed op hoe jongeren cultuur gaan consumeren en ervaren. Toenemende kloof tussen generaties - Er zijn groeiende verschillen van waarden tussen leeftijdsgroepen. Vooral rond Gen Y, Gen Z en Gen Alpha, maar ook oudere generaties. Technologie Technologisch determinisme - De cultuursector heeft het gevoel dat ze mee moet gaan met elke nieuwe digitale trend. Daardoor ontstaat een technologische focus omwille van de technologie zelf, wat zowel duurzaamheid als de artistieke kern onder druk zet. Technologisch scepticisme - Er is een groeiende terughoudendheid om nieuwe technologieën klakkeloos te omarmen. Bovendien is er een bezorgdheid dat technologie leidt tot algoritmische bubbels en een verarming van de fysieke, collectieve kunstervaring. Toenemende democratisering - Cultuurvormen worden steeds toegankelijker via nieuwe distributiekanalen. Theater en kunst worden geglobaliseerd waardoor cultuurparticipatie wordt gedemocratiseerd. Toenemende opportuniteiten door technologie - Technologie biedt creatieve kansen, zoals AI, immersive formats en 360°-projecties, die snelheid en toegankelijkheid voor jongeren kunnen creëren. Ook biedt digitalisering organisatorische voordelen die cultuur wereldwijd toegankelijk maakt, de gebruikerservaring verbetert, en via data-analyse efficiënter inzicht geeft in publieksnoden. Meer interactie en agency publiek - Dit weerspiegelt ook de consument van passieve toeschouwer naar actieve maker en de ‘claim naar ownership’. De drang naar agency en interactie wordt versterkt door de digitale revolutie en beeldcultuur, wat hen een kans biedt om actief te interageren, wat cruciaal is om hen te bereiken en behouden. Milieu Toenemende verkoop online tickets - De verkoop van online tickets neemt toe doordat digitalisering en nieuwe technologische distributiekanalen het aankoopproces makkelijker en sneller maken, in lijn met de verwachtingen van een publiek dat gewend is aan digitale efficiëntie. Vooral jongeren beleven cultuur steeds meer via platformen, waardoor online ticketing aansluit bij hun manier van consumeren. Wetgeving Toenemend belang auteursrecht - Het auteursrecht wordt steeds belangrijker omdat traditionele copyrightmodellen onder druk staan door digitale verspreiding, AI, en nieuwe vormen van creatie. Tegelijk blijft auteursrecht cruciaal voor artiesten om hun werk te beschermen en een eerlijke vergoeding te garanderen. Drijvende krachten We namen enkele trends die bij elkaar horen samen, en formuleerden hiervoor 4 overkoepelende drijvende krachten. 1. Regulering en beleid 2. Technologische implementatie en acceptatie 3. Cultuurbeleving 4. Economie en inkomsten
METHODIEK 1: Scenario matrix
Aantal respondenten
?
Schatting
?
Reëel
Belangrijkste resultaten
- 4 scenario's: Scenario 1 (paars): Winter: cultuur als bevroren vijver In dit toekomstscenario ontwikkelt de Vlaamse cultuursector zich tot een gesloten, weinig innovatieve en financieel kwetsbare structuur. Dit scenario is te vergelijken met een vijver die in de winter volledig bevriest: het water staat stil, onder het ijs hebben organismen het moeilijk om te overleven. Net zo raakt ook de cultuursector steeds meer afgesloten van nieuwe invloeden en komt haar innovatieve dynamiek tot stilstand. De overheid oefent steeds meer invloed uit, waardoor de sector wordt afgeremd. Cultuurhuizen moeten aan strengere voorwaarden voldoen om subsidies te krijgen en hun programma-aanbod moet aan steeds meer regels voldoen, waardoor een deel van hun autonomie verloren gaat. Tegelijk krimpen de budgetten voor cultuur, zowel vanuit de overheid als intern binnen de cultuursector. De besparingen die Vlaanderen vandaag al doorvoert, zetten zich sterk door. Tegen 2045 is cultuur daardoor geëvolueerd tot een luxeproduct. Voor jongeren wordt het onbetaalbaar om een concert bij VIERNULVIER bij te wonen, terwijl alleen een kleine, rijke elite dit zich nog kan veroorloven. Zo draagt VIERNULVIER niet langer bij aan verbinding, maar vergroot ze mee de kloof tussen arm en rijk. Door deze beperktere financiële ruimte durven cultuurhuizen minder risico’s te nemen en krijgen nieuwe stemmen nauwelijks kansen. Diversiteit en inclusiviteit blijven achter omdat het beleid te traag evolueert in vergelijking met de realiteit van een diverse samenleving. De sector wordt daardoor homogener en minder vooruitstrevend. Veel jongeren herkennen zichzelf niet langer in het aanbod en voelen zich daardoor steeds minder welkom. Dit heeft meteen invloed op hun motivatie om nog naar culturele activiteiten te komen. Tokenisme wordt de norm: cultuurorganisaties nemen mensen uit minderheidsgroepen aan om inclusief te lijken, maar in werkelijkheid blijven belangrijke machts- en beslissingsposities in handen van dezelfde, vooral witte, profielen. Er gebeuren geen structurele veranderingen in het beleid. Tegelijk groeit het technologisch scepticisme. Zowel artiesten als het publiek staan terughoudend tegenover nieuwe technologieën. Dit komt deels door zorgen rond auteursrechten, maar ook doordat er beperkte middelen zijn om digitale vernieuwing te omarmen. Digitale innovaties, zoals VR en AI-gestuurde curatie, worden nauwelijks gebruikt. Daardoor ontbreken nieuwe kanalen en middelen voor opkomende makers om hun werk te tonen en wordt de zichtbaarheid van nieuwe makers beperkt. Het publiek wordt voornamelijk gezien als passieve consument. De beslissing nemers van de cultuurhuizen bepalen wat er op het programma staat, zonder veel ruimte voor samenwerking of participatie. Bezoekers kunnen alleen kiezen uit een vooraf vastgelegd aanbod. Ze worden niet beschouwd als partners die mee kunnen denken, maar als consumenten van een eindproduct. Deze top-down benadering leidt tot een dalende diversiteit aan aanbod, waardoor de cultuurbeleving opnieuw eentonig begint te voelen en nauwelijks de creativiteit prikkelt. Economisch leidt dit alles tot een sector die onder grote druk staat. Jongeren zijn minder bereid, en vaak niet in staat, om te betalen voor cultuur. Culturele organisaties moeten dus werken met minder middelen, minder engagement, én minder diversiteit, waardoor de hele sector in een soort neerwaartse spiraal terechtkomt. Vergelijkbaar met een vijver die in de winter steeds meer bevriest waardoor het leven onder het ijs verstijft. Scenario 2 (blauw): Lente: cultuur als doorzettend klimop Vlaanderen belandt in een paradoxale culturele realiteit. De overheid trekt zich steeds verder terug, subsidies dalen en regelgeving neemt toe, terwijl het cultuurbeleid te homogeen blijft voor een steeds diversere samenleving. Tegelijk versnelt de technologische adoptie sterk. Het resultaat is een cultuursector die economisch onder druk staat, maar zich van onderuit heruitvindt: dynamisch, experimenteel en voortdurend in beweging, maar zonder structurele ademruimte. Dit scenario is te vergelijken met doorzettende klimop. Ondanks beperkte ruimte en tegenwind blijft de plant groeien en zoekt ze telkens nieuwe routes. Op dezelfde manier ontwikkelen nieuwe generaties cultuurmakers alternatieve vormen van cultuurproductie en -verspreiding. Innovatie ontstaat uit noodzaak. Technologie is volledig genormaliseerd. Lage instapkosten en krachtige digitale tools democratiseren creatie: iedereen kan maker worden. Cultuur verschuift naar een gemedialiseerde, hybride omgeving waarin algoritmes steeds meer bepalen wat zichtbaar wordt. De cultuurbeleving wordt bottom-up: jongeren en communities organiseren zelf events, experimenteren met formats en vervagen de klassieke rollen van publiek. Cultuurhuizen transformeren van traditionele instellingen naar gedeelde platformen. Deze creatieve wildgroei zorgt voor veel energie en vernieuwing, maar ondermijnt ook centrale kwaliteitsbewaking en langetermijnplanning. Samen met technici, kunstenaars en historici ontwikkelt VIERNULVIER het idee voor Tijdrijzen met de 404: een locatiegebonden toneelstuk dat zich afspeelt in het hele gebouw. Via Augmented Reality, een app en een hoofdtelefoon kunnen bezoekers zich door verschillende tijdperken van de Vooruit bewegen. Er is geen vaste route: het publiek bepaalt zelf waar en wanneer het zich bevindt. Op specifieke locaties verschijnen 3D-modellen en beelden waarmee bezoekers kunnen interageren en vragen stellen. Het publiek krijgt maximale agency en een sterk immersieve ervaring. Het project is technologisch perfect haalbaar, maar financieel nauwelijks realiseerbaar. De overheid ziet innovatie niet langer als prioriteit en biedt onvoldoende ondersteuning voor dergelijke experimenten. Jongeren ervaren het beleid als vergrijsd en wenden zich tot alternatieve platforms zoals OmniCulture, een Amerikaans platform dat nichecontent cureert en distribueert. Met miljoenen gebruikers wereldwijd biedt het een plek waar iedereen maker kan zijn en waar lokale relevantie belangrijker is dan institutionele erkenning. Vlaamse jongeren produceren en consumeren hier een groot deel van hun cultuur.Ook de 404 wordt deels afhankelijk van dit platform: voor distributie, zichtbaarheid en publieksinteractie. Bezoekers zien een voorstelling live, laten nadien reviews achter op OmniCulture en nemen deel aan online discussies of co-creatieprojecten die verder circuleren op het platform. Dit versterkt participatie en bereik, maar maakt cultuurhuizen kwetsbaar en afhankelijk van commerciële datagiganten. Economisch blijft de druk hoog. De betalingsbereidheid daalt terwijl de verwachtingen van het publiek stijgen. Privatisering en sponsors worden steeds belangrijker. Cultuurhuizen moeten extreem efficiënt werken en investeren enkel waar een directe return mogelijk is. Grote technologische investeringen, zoals voor Tijdrijzen met de 404, blijven daardoor uit, ondanks hun artistieke en maatschappelijke potentieel. Scenario 3 (oranje): Lente: cultuur als samenwerkende bijenkorf In dit toekomstscenario is de cultuursector sociaal sterk, inclusief en gaat participatief vooruit, maar economisch kwetsbaar doordat die structureel onder financiële druk staat. We kunnen dit scenario vergelijken met een bijenkorf in de herfst. In een bijenkorf werken alle bijen samen: ze organiseren zich, nemen verantwoordelijkheid op en zorgen collectief voor het voortbestaan van het ecosysteem, zelfs wanneer de omstandigheden moeilijk zijn. Op dezelfde manier functioneert de cultuursector in 2045: veerkrachtig dankzij samenwerking en solidariteit, maar fragiel op economisch vlak. De overheid ziet cultuur als een maatschappelijke meerwaarde en voert een gunstig cultuurbeleid dat inzet op artistieke vrijheid, cultuureducatie en brede participatie. Cultuurhuizen krijgen ruimte om te experimenteren en worden gestimuleerd om hun publiek actief te betrekken. Zo evolueren cultuurhuizen naar een open plek waar cultuur samen wordt gemaakt. Ze functioneren als een gedeelde infrastructuur waarbij het grootste deel van het aanbod ontstaat door co-creatie en dialoog. Jongeren zijn geen passieve bezoekers, maar partners. Instellingen werken samen met jongeren, kunstenaars en gemeenschappen om formats te ontwikkelen die betekenisvol en toegankelijk zijn. Jongeren krijgen tijdelijk toegang tot zalen, basistechnieken en begeleiding. VIERNULVIER is niet de enige verantwoordelijke voor de inhoud, maar zorgt wel voor de basisvoorwaarden zoals veiligheid en artistieke vrijheid. Jongeren ontdekken projecten en worden bereikt via netwerken die ze al kennen zoals Discord-servers, gesloten Instagram-accounts, of schoolgroepen. Toegang verloopt meestal via iemand die ze vertrouwen. Culturele activiteiten voelen daardoor minder als “een avondje weg naar een cultuurhuis” en meer als “iets van ons”. Deelname komt tot stand vanuit vertrouwen en samenwerking, niet omdat men zich verplicht voelt of overtuigt moet worden door marketing. Technologie speelt hierbij een ondersteunende, maar gematigde rol. Er wordt niet zwaar ingezet op nieuwe tools, maar op eenvoudige digitale middelen die samenwerking mogelijk maken. Technologie helpt om het samenwerken te organiseren, zonder de cultuurbeleving te domineren of te bepalen. Grote investeringen in technologie blijven uit, niet door gebrek aan interesse, maar door beperkte middelen en voorzichtige omgang met innovatie. Economisch blijft deze wereld fragiel, privatisering en stijgende kosten zetten druk op de sector, terwijl jongeren een lage betalingsbereidheid hebben door beperkte middelen. Er zijn nauwelijks vaste inkomsten, de meeste jongeren werken vrijwillig aan de participatieve projecten en tickets zijn vaak goedkoop of Pay-What-You-Can. Cultuurhuizen overleven dankszij beperkte subsidies, gedeelde middelen en het continu doorgeven van verantwoordelijkheid. Vergelijkbaar met een bijenkorf die zelfs in de herfst blijft functioneren dankzij de samenwerking van alle bijen. Scenario 4 (roos): Zomer: cultuur als dynamische moestuin In dit scenario groeit de Vlaamse cultuursector uit tot een duurzaam en toekomstgericht ecosysteem waarin beleid, technologie, economische groei en participatie elkaar structureel versterken. De cultuursector lijkt op een goed onderhouden moestuin waarin er bewust wordt geplant, continu verzorgd en samen geoogst. Voor VIERNULVIER betekent dit dat het kunstencentrum kan werken met een duidelijke langetermijnvisie, gedragen door stabiele subsidies en een overheid die innovatie en participatie actief stimuleert. Vandaag bereidt VIERNULVIER zich hier al op voor door te investeren in publiekswerking, digitale infrastructuur en duurzame samenwerkingen, bijvoorbeeld door residenties open te stellen voor jonge makers met diverse achtergronden en door experiment toe te laten in programmatievormen die nog niet meteen een klassiek publiek garanderen. In dit scenario voert de overheid een progressief en stimulerend cultuurbeleid dat inzet op innovatie, participatie en diversiteit. Stabiele subsidies en een sterke verankering van cultuureducatie creëren een klimaat waarin cultuurhuizen kunnen investeren op de lange termijn. Diversiteit wordt actief gemonitord en mee vormgegeven via participatieve structuren, waardoor jongeren erkend worden als volwaardige partners. Op het podium staan niet enkel professionele kunstenaars en performers. De cultuurbeleving verschuift naar een uitgesproken bottom-up dynamiek waarin het publiek zelf de richting bepaalt. Bezoekers zijn niet langer passief, maar nemen actief de regie over het culturele aanbod. Zij sturen programmatie, formats en thema’s aan via hun voorkeuren, initiatieven en directe inspraak. Zo komen thema’s rond klimaat, identiteit of technologie niet alleen van kunstenaars, maar ook uit publieksvoorstellen, online fora en samenwerkingen met scholen en jeugdorganisaties. Hierbij speelt technologie een belangrijke rol die participatie versterkt. Culturele instellingen evolueren van curator tot facilitator. Ze fungeren als platform waarbij ideeën, evenementen en nieuwe vormen van cultuur rechtstreeks uit een divers publiek ontstaan. Het resultaat is een hyperdiverse, levendige cultuurpraktijk waarin het publiek de koers uitzet en de sector voortdurend mee beweegt met hun veranderende interesses en creativiteit. Technologie is volledig ingebed in de werking van kunstencentra en vormt een vanzelfsprekend onderdeel van cultuurcreatie, organisatie en publieksbereik. AI, VR en andere digitale tools maken producties toegankelijker, persoonlijker en veelzijdiger. Hybride zalen maken het mogelijk om voorstellingen zowel live als digitaal aan te bieden, met verschillende ticketformules. Zo heeft het publiek de mogelijkheid om een voorstelling te beleven via een fysieke stoel in de zaal, een interactieve livestream, of een digitale after-experience waarin de voorstelling kan worden herbeleefd en bewerkt. Deze vormen zorgen niet alleen voor een groter bereik, maar ook voor nieuwe inkomstenstromen en een hogere betrokkenheid van jongeren, die zich herkennen in deze flexibele manieren van cultuurconsumptie. De lage instapdrempel zorgt ervoor dat ze moeiteloos kunnen aansluiten als makers. Kunstencentra werken structureel samen met technologische instellingen zoals onderzoekscentra of commerciële bedrijven. Een samenwerking met een technologisch onderzoekscentrum kan zo experimentele tools ter beschikking stellen voor kunstenaars en jongeren, terwijl onderzoekers leren van artistieke methodes en publieksinteractie. De overheid stimuleert dit actief via gezamenlijke subsidies, innovatieprogramma’s en gedeelde infrastructuur, waardoor cultuurhuizen knooppunten vormen in een bredere kennis- en creatie-economie. De cultuursector bevindt zich op economisch vlak in een stabiele en gunstige omgeving. Zowel de overheid als private partners investeren structureel, terwijl digitale tickets, virtuele events en nieuwe ownership-modellen zorgen voor bijkomende inkomstenstromen. Door de grotere toegankelijkheid en personalisatie stijgt de betalingsbereidheid en groeit het publiek, zeker onder jongeren. Samen leidt dit tot een inclusieve, technologisch rijke en financieel robuuste cultuursector die durft te experimenteren. Cultuur wordt niet langer alleen voor het publiek gemaakt, maar dóór het publiek, gedragen door sterke maatschappelijke en economische fundamenten. (Aanpassingen zijn nog mogelijk na feedback van onze Community of Practice)
METHODIEK 1: Scenario analysis
Aantal respondenten
?
Schatting
?
Reëel
Belangrijkste resultaten
- Toekomstscenario’s VIERNULVIER De volgende scenario’s zijn exploratieve toekomstverkenningen. Ze beschrijven geen voorspellingen en ook geen gewenste of onvermijdelijke uitkomsten. In plaats daarvan tonen ze mogelijke toekomsten die ontstaan uit verschillende combinaties van trends en drijvende krachten die vandaag al zichtbaar zijn binnen en rond de culturele sector. Elk scenario verkent een samenhangende wereld waarin bepaalde ontwikkelingen worden uitvergroot om hun impact tastbaar te maken. Ze zijn bedoeld als denktools: om aannames te bevragen, spanningen zichtbaar te maken en alternatieve richtingen te verkennen voor Kunstencentrum VIERNULVIER. De scenario’s moeten daarom gelezen worden als “wat-als”-verhalen: geen antwoorden, maar uitnodigingen tot reflectie over keuzes, risico’s en kansen voor de toekomst van cultuur en culturele instellingen. Winter: cultuur als bevroren vijver Het is winter in Gent, maar niet alleen op straat. Wanneer je het Sint-Pietersplein oversteekt en het monumentale gebouw van de Vooruit nadert, hangt er een merkbare stilte rond VIERNULVIER. De gevel is nog steeds herkenbaar, maar oogt eerder spaarzaam en ingetogen. De lichten branden minder fel, de affiches zijn schaars en herhalen vertrouwde namen. Binnen voelt het gebouw kouder aan dan je je herinnert: niet zozeer door de temperatuur, maar door de sfeer. De verwarming staat lager om kosten te besparen, de gangen zijn stiller, en sommige zalen blijven vaker gesloten. Cultuur is hier niet verdwenen, maar lijkt vastgevroren, alsof alles onder een dunne laag ijs langzaam tot stilstand is gekomen. Toch is die stilstand slechts schijn. In deze toekomst bevindt de Vlaamse cultuursector zich in een neergaande fase van een langere slingerbeweging. Vlaanderen blijft beschikken over een sterke infrastructuur en een diepgewortelde cultuurtraditie, maar middelen en beleidsruimte zijn tijdelijk beperkter. VIERNULVIER moet voldoen aan uitgebreide rapporterings- en verantwoordingsplicht, terwijl de financiële marge kleiner wordt. Dit leidt echter niet tot immobiliteit. VIERNULVIER buigt mee en duwt zelfs terug. Wat niet meer mogelijk is boven de radar, verschuift naar radicalere bewegingen onder de radar. Boven de radar wordt programmering een administratieve evenwichtsoefening: veilig, voorspelbaar en conform de verwachtingen van subsidiërende instanties. Artistieke risico’s krijgen minder ruimte in het officiële programma. Diversiteit en inclusie staan nog steeds op papier vermeld, maar vertalen zich minder zichtbaar naar structurele keuzes. Het aanbod wordt homogener, afgestemd op een beperkt, loyaal publiek dat zich cultuur kan blijven veroorloven. Voor veel jongeren voelt het huis niet langer als een plek voor hen, maar als een instituut waar ze naar kijken vanop afstand. Parallel ontstaat echter iets anders. Minder institutionele ruimte betekent niet minder creatie, maar verschuiving. Experiment verplaatst zich naar kleinere zalen (cf de balzaal!), tijdelijke bezettingen en informele netwerken. DIY-initiatieven, grassrootscollectieven en activistische makers gebruiken de beschikbare infrastructuur op andere momenten en manieren. Wat bovengronds bevroren lijkt, beweegt onderhuids radicaler. Technologie is sober, open en doelgericht. VIERNULVIER zet operationeel open-source CRM en ticketing in om een efficiëntere werking te garanderen. Data wordt vooral gebruikt om te verantwoorden en te optimaliseren, minder om te vernieuwen. Artiesten experimenteren op kleinschalige wijze met technologie als creatief middel. Grootschalige technologische producties maken dus plaats voor toegankelijke middelen en DIY. Ten slotte vindt technologie in nichevormen zijn kunstvorm door een plek te krijgen in hacklabs enzovoort waar kritiek, poëzie en techniek elkaar kruisen. De cultuurbeleving zelf blijft in het officiële circuit sterk top-down georganiseerd. Beslissingen worden genomen door directies en programmatoren die opereren binnen strakke budgetten en beleidskaders. Het publiek wordt formeel vooral gezien als consument. Co-creatieprojecten zijn minder zichtbaar in de hoofdprogrammering. Tegelijk ontstaan er informele participatieve dynamieken in de marge: microgemeenschappen organiseren eigen avonden, collectieven delen repetitieruimtes, jongeren claimen momenten buiten piekuren. De kloof tussen podium en jongere generaties wordt in het officiële verhaal groter, maar in de praktijk ontstaan parallelle circuits. Cultuur voelt voor sommigen afstandelijk, voor anderen urgenter dan ooit. Op een avond in februari vindt in VIERNULVIER een concert plaats in de grote zaal. De tickets zijn duurder dan vroeger; aan de ingang staat discrete beveiliging. Binnen zit een publiek dat elkaar kent, goed gekleed, beleefd applaudisserend met een glas in de hand. Ondertussen, in de balzaal van het gebouw, verzamelen een tiental jongeren zich rond een kleine draagbare speaker. Ze hebben via-via toegang gekregen en organiseren hier hun eigen intieme optreden. Geen vergunning, geen officiële promotie, nauwelijks budget. Ze projecteren visuals via een oude beamer, aangestuurd door open-source software. Een performer combineert live muziek met zelfgeschreven code. Het publiek staat dicht op elkaar. Geen hiërarchie, geen scheiding tussen maker en toeschouwer — maar wel vakmanschap en intensiteit. Het contrast is scherp: boven ijs, beneden beweging. Deze wereld is er één waarin cultuur niet verdwijnt, maar zich opsplitst. VierNulVier overleeft binnen institutionele grenzen, terwijl onder de oppervlakte nieuwe energie circuleert. Zoals een bevroren vijver lijkt alles stabiel aan de oppervlakte, terwijl onder het ijs het leven zich verplaatst, samenkomt en wacht op een volgende dooi. Lente: cultuur als doorzettende klimop Wanneer je Gent binnenwandelt, voelt de stad onrustig maar levendig. Niet alles blinkt, maar overal zie je beweging. In de straten rond de Vooruit duiken tijdelijke affiches op, QR-codes op muren, stickers van collectieven die gisteren nog niet bestonden. Het gebouw van VIERNULVIER oogt onveranderd in zijn monumentale stevigheid, maar wie binnenstapt merkt dat de energie is verschoven. De zalen zijn minder strak geprogrammeerd, de foyers leven. Stopcontacten zijn schaars, maar constant in gebruik. Overal zitten mensen op hun schermen, praten ze, testen ze ideeën. Het voelt niet comfortabel, wel urgent. In deze toekomst bevindt Vlaanderen zich in een economische laagconjunctuur. Subsidies zijn niet verdwenen — het Vlaamse cultuurveld blijft stevig uitgebouwd — maar de groei is gestopt en marges zijn kleiner. De overheid houdt een sterke greep op rapportering en verantwoording, terwijl financiële ondersteuning minder expansief is dan voorheen. Marktlogica en cultuurbeleid schuren tegen elkaar aan: commerciële efficiëntie wordt belangrijker, maar volledige vermarkting botst met publieke waarden. VIERNULVIER kan niet langer rekenen op vanzelfsprekende stabiliteit, maar weigert stil te vallen. Zoals klimop zich vastzet aan elke beschikbare richel, zoekt het huis nieuwe samenwerkingen, coproducties en hybride formats. Niet via infrastructuurovername door internationale spelers, maar via tijdelijke partnerschappen, gedeelde technologie en digitale distributie. Streaming en online formats vullen live ervaringen aan, maar vervangen ze niet. De fysieke ontmoeting blijft het eindpunt. De cultuurhuizen worden dus niet overgenomen door grote platformspelers maar die leggen druk op de verwachtingen, toegang en aandacht door hun aanwezigheid. Technologie in zijn operationele vorm fungeert als de noodzakelijke ruggengraat. Ticketing, CRM-systemen, publieksanalyse en tijdslots worden efficiënter ingezet om werking schaalbaar en betaalbaar te houden. Sommige tools zijn internationaal ontwikkeld, maar blijven instrumenteel. Technologie wordt hier ingezet om overleving mogelijk te maken: publieksstromen sturen, toegankelijkheid verhogen (zoals realtime ondertiteling en vertaling), kosten beheersen via automatisering van licht, timing en planning. Transparantie en autonomie blijven een aandachtspunt, maar VIERNULVIER bewaakt haar eigen programmatorische keuzes. De creatieve vorm van technologie is volledig geïntegreerd in het maakproces. Cultuur ontstaat in een hybride ruimte tussen fysiek en digitaal. Generatieve AI wordt ingezet voor scripts, sound, visuals — vaak gevoed door archieven van eerdere performances. Makers werken met data, maar blijven keuzes maken. De kunstenaar verschuift deels van auteur naar curator, zonder zijn vakmanschap te verliezen. Nieuwe formats ontstaan sneller dan ooit: live performances met realtime digitale lagen, interactieve installaties die online verder leven. Bottom-up initiatieven floreren net in deze laagconjunctuur: jongeren en collectieven gebruiken toegankelijke tools om eigen werk te tonen in de balzaal. Proces wordt belangrijker dan resultaat; identiteit ontstaat in het maken zelf. Ook de kunstvorm van technologie krijgt ruimte. Algoritmes, sensornetwerken en zelflerende systemen functioneren als performers. Installaties reageren autonoom op publieksinput. Sommige werken bestaan grotendeels uit code, data en autonome processen. Voor sommigen is dit de meest radicale kunst van het moment, voor anderen moeilijk toegankelijk. Toch groeit hier een nieuwe esthetiek waarin technologie zelf onderwerp wordt van reflectie. AI vervangt in deze wereld niet simpelweg menselijke arbeid, maar herstructureert processen. Automatisering verlaagt productiekosten, maar wordt vooral ingezet om ruimte vrij te maken voor experiment. Realtime ondertiteling maakt voorstellingen toegankelijker voor anderstaligen en slechthorenden. Digitale distributie verlengt het leven van live momenten zonder ze te ontkrachten. De machtsverhouding tussen instelling en publiek verschuift gedeeltelijk. Publiek verwacht interactie, transparantie en flexibiliteit, maar niet iedereen wil maker worden. VIERNULVIER evolueert van een puur programmerend huis naar een faciliterend platform dat ruimte biedt aan makers, jongeren en tijdelijke collectieven. De balzaal is geen frontaal podium meer, maar een configureerbare ruimte met zones, routes en tijdelijke opstellingen. De weg naar de balzaal begint vaak online — via een call-to-action, een gedeelde teaser, een co-creatief traject — maar eindigt fysiek, in ontmoeting. Niet alles wat ontstaat is verfijnd, maar de energie is voelbaar. Sociale frictie is aanwezig: ontmoeting gebeurt niet vanzelf, maar wordt licht geënsceneerd via routes, tijdslots en hybride interacties. Niet elke jongere voelt zich aangesproken, maar niemand wordt uitgesloten. Openheid vervangt verplichte inclusiviteit. Op een lentedag organiseert VIERNULVIER een experimenteel evenement. Bezoekers schrijven zich in voor een tijdslot. Bij aankomst krijgen ze toegang tot een app die hun route suggereert op basis van interesses en realtime publieksdata. In één zaal ontstaat een collectief gegenereerd geluidslandschap, gevoed door hartslagdata. In een andere ruimte projecteert een AI live beelden, samengesteld uit input van bezoekers ter plaatse en online deelnemers. Er is geen vast podium, maar er zijn wel fysieke ankerpunten. Performers blijven zichtbaar en aanwezig. Iedereen kan deelnemen, maar niet iedereen moet. Het live moment blijft het centrum waarrond digitale lagen circuleren. Het experiment is technologisch ambitieus en inhoudelijk relevant, maar financieel fragiel. Coproducties met technologische partners maken infrastructuur mogelijk, zonder dat eigenaarschap wordt overgedragen. Sponsors bepalen randvoorwaarden, maar niet de artistieke kern. De overheid kijkt kritisch toe binnen haar beleidskaders. In deze lente bloeit cultuur niet ondanks beleid of markt, maar in de spanning ertussen. Technologie versnelt processen en maakt nieuwe formats mogelijk, maar vervangt de live kern niet. Zoals klimop muren nodig heeft om te groeien, blijft cultuur hier afhankelijk van infrastructuur, samenwerking en publieke verankering. De energie is reëel — niet onbeperkt, maar wendbaar. Herfst: cultuur als een samenwerkende bijenkorf Wanneer je Gent binnenwandelt in dit scenario, hangt er een rustige bedrijvigheid in de lucht. Geen uitbundige drukte, maar een constante stroom van mensen die onderweg zijn naar kleine ontmoetingen, repetities en samenkomsten. Rond de VIERNULVIER zie je geen grote banners of schreeuwerige affiches, maar handgeschreven aankondigingen, gedeelde agenda’s en subtiele tekens dat hier iets leeft. Het gebouw van VIERNULVIER oogt warm en vertrouwd. Niet hypermodern, maar zorgvuldig onderhouden. De lichten zijn iets gedimd om energie te besparen, de zalen flexibel ingericht, met stoelen die makkelijk verplaatst kunnen worden. Alles ademt gebruik en hergebruik. De overheid voert in deze wereld een gunstig cultuurbeleid. Vlaanderen heeft een rijke cultuurinfrastructuur, een lange subsidiegeschiedenis en een publiek dat cultuur gewoon is. Cultuurparticipatie en experiment zijn daardoor ingebakken in de samenleving. Subsidies zijn er nog, maar worden vooral gebruikt om succesvolle projecten gericht op participatie en cultuureducatie groter te maken, niet om creatieve ideeën te forceren. VIERNULVIER krijgt artistieke vrijheid binnen duidelijke kaders en wordt aangemoedigd om zijn rol als open huis te versterken. Het is geen plek meer waar cultuur enkel wordt gepresenteerd, maar een infrastructuur waar cultuur samen wordt gemaakt. Tegelijk wordt er gewaakt over de artistieke kwaliteit. Participatie helpt om mensen samen te brengen, maar het wordt geen verplichting of ideaal waar alles aan moet voldoen. De cultuurbeleving is gebaseerd op wederzijdse samenwerking. Diverse groepen van jongeren, kunstenaars en buurtgemeenschappen werken samen aan projecten die langzaam groeien en gedragen worden door meerdere stemmen. Publiek en maker zijn geen strikt gescheiden rollen meer. Niet iedereen wil of kan echter maker zijn, er is een diversiteit aan betrokkenheid. Daarom biedt VIERNULVIER verschillende manieren om betrokken te zijn. Jongeren krijgen toegang tot repetitieruimtes, technische ondersteuning en begeleiding, en nemen verantwoordelijkheid op voor inhoud en organisatie. VIERNULVIER bewaakt de veiligheid, kwaliteit en context, maar laat het eigenaarschap bewust gedeeld. De sfeer voelt daardoor collectief en betrokken, alsof iedereen een kleine maar essentiële rol speelt in het grotere geheel. Technologie ondersteunt dit ecosysteem, maar overheerst het niet. Operationele systemen zoals ticketing en planningssoftware blijven noodzakelijk, maar worden sober en efficiënt ingezet. Data wordt gebruikt om participatie en bereik op te volgen, niet om commerciële optimalisatie na te streven. Technologie staat hier in dienst van toegankelijkheid en organisatie. Als creatief instrument wordt technologie selectief gebruikt. Digitale tools ondersteunen co-creatieprocessen, bijvoorbeeld bij montage of geluidsbewerking, maar ze domineren het artistieke proces niet. Ook technologie als autonome kunstvorm krijgt in dit scenario weinig prioriteit. Grootschalige digitale installaties of puur algoritmische kunst passen minder bij de focus op nabijheid en gemeenschap. Wanneer technologie toch centraal staat in een werk, gebeurt dit kleinschalig en ingebed in een collectief proces. Ze wordt geen opzichzelfstaand artistiek statement. Economisch blijft de sector kwetsbaar. Ondanks subsidies is er onvoldoende structurele financiële zekerheid. Privatisering en stijgende kosten drukken op de werking, terwijl jongeren weinig financiële ruimte hebben. Tickets zijn vaak pay-what-you-can, veel projecten draaien deels op vrijwillige inzet en gedeelde middelen. De verwarming staat lager, decorstukken worden hergebruikt en programmatie wordt afgestemd op wat haalbaar is. Toch blijft de sector draaien, gedragen door samenwerking en wederzijds vertrouwen. In deze sterkte schuilt een risico. Als de werking sterk leunt op engagement van het publiek, wordt ze kwetsbaar wanneer tijd, energie of middelen afnemen. Tijdens een herfstavond vindt in VIERNULVIER een bijzonder evenement plaats. In een van de zalen wordt geen klassieke voorstelling opgevoerd, maar een collectieve werkavond. Jongeren, artiesten en buurtbewoners komen samen om een reeks korte performances te ontwikkelen rond het thema “zorg”. Hierbij runnen Jongeren de bar, begeleiden artiesten en doen techniek. Iedereen brengt iets mee: een tekst, een beweging, een geluid. In kleine groepen wordt gewerkt, getest en aangepast. Sommige bezoekers kiezen ervoor om enkel te kijken en te luisteren, de drempel om zowel actief als passief deel te nemen is laag. Tegen het einde van de avond openen de deuren en nodigen deelnemers toevallige bezoekers uit om te kijken, mee te praten of zelf bij te dragen. Er is geen strak schema, geen hiërarchie, alleen een gedeeld proces. Maar om drie uur ’s nachts zit een achttienjarige alleen in de artiestenfoyer, huilend boven een Excel-sheet. Morgen moet ze beslissen welk project wordt geschrapt, want er is niet genoeg geld. Het resultaat is niet perfect, maar wel betekenisvol. Zoals een bijenkorf in de herfst is deze cultuursector minder gericht op groei of spektakel, en meer op samenleven en volhouden. De kracht zit niet in overvloed, maar in collectieve inzet. Zolang de balans tussen openheid, kwaliteit en draagkracht behouden wordt, blijft het systeem bestaan, kwetsbaar, maar veerkrachtig. De sector evolueert in golven, cultuur kan bloeien op samenwerking maar blijft gevoelig voor cyclische schommelingen in middelen en betrokkenheid. Zomer: cultuur als een dynamische moestuin Wanneer je Gent binnenwandelt in deze toekomst voelt de stad open en energiek aan. Pleinen leven, gevels worden tijdelijk overgenomen door projecties en kleine performances duiken op waar je ze niet verwacht. Rond de Vooruit is het druk, maar niet chaotisch: mensen komen en gaan, blijven hangen, stappen binnen en weer buiten. Het gebouw van VIERNULVIER oogt herkenbaar, maar tegelijk vernieuwd. Historische elementen zijn behouden, maar aangevuld met flexibele ruimtes, transparante wanden en digitale interfaces die tonen wat er binnen groeit, zoals repetities, werkprocessen en gezamenlijke experimenten. Alles voelt in gebruik, als een gedeelde werkplaats waar makers, jongeren en verschillende microgemeenschappen samenzijn. De overheid voert een uitgesproken stimulerend cultuurbeleid. Cultuur wordt gezien als een motor voor maatschappelijke vernieuwing en krijgt structurele steun. Subsidies zijn stabiel en gericht op lange termijn, met een sterke focus op cultuureducatie en participatie. VIERNULVIER krijgt artistieke vrijheid binnen duidelijke beleidskaders en kan investeren in duurzame relaties met makers en publiek. Diversiteit en inclusie zijn geen bijkomende doelstellingen, maar geïntegreerd in de werking: via open calls, participatieve raden en educatieve trajecten worden jongeren actief betrokken bij de richting die het huis uitgaat en gaan ze in dialoog met professionele makers. De cultuurbeleving is uitgesproken bottom-up en niet langer hyperpersoonlijk, maar collectief en gedeeld. Het publiek heeft agency en bepaalt mee wat er groeit als mede-eigenaar van het huis. Jongeren stellen thema’s voor, initiëren formats en bouwen communities rond projecten. VIERNULVIER functioneert als een facilitator die ruimte, begeleiding en infrastructuur aanbiedt. De klassieke rolverdeling tussen maker, programmator en publiek vervaagt. Toch blijft vakmanschap essentieel. Makers verdiepen zich jarenlang in hun praktijk en worden gewaardeerd om hun expertise. Bezoekers verwachten maatwerk: persoonlijke aanbevelingen, keuzevrijheid in hoe ze deelnemen en een hoog serviceniveau. Cultuur voelt minder als een afgewerkt product en meer als een proces waar je op verschillende momenten en niveaus kan instappen. Technologie is overal aanwezig en diep verweven in deze praktijk. Operationele technologie maakt creatie en samenwerking toegankelijk, maar is onzichtbaar. Daarbovenop functioneert technologie als een creatief middel, voor de makers is technologie een verlengstuk van hun vakmanschap. AI ondersteunt bij het cureren van complexe data, terwijl VR, AR en immersive sound live-ervaringen verdiepen. Hybride zalen maken het mogelijk om fysiek en digitaal tegelijk aanwezig te zijn. Hier stelt de technologie de kunstenaar in staat om nieuwe vormen van storytelling te verkennen die voorheen technisch onmogelijk waren. Naast menselijke creaties biedt VIERNULVIER-ruimte aan L’art pour l’art. Jongeren bewegen moeiteloos tussen online en offlinecultuur, en verwachten dat instellingen daarin volgen. Technologie bepaalt niet alleen hoe cultuur wordt verspreid, maar ook hoe ze wordt ervaren en gewaardeerd. Wat zichtbaar is, groeit sneller; wat goed gedeeld wordt, krijgt meer ruimte. Economisch bevindt de sector zich in een gunstige positie. VIERNULVIER haalt inkomsten uit diverse bronnen: subsidies, ticketverkoop, digitale toegang, memberships, samenwerkingen met technologische partners en co-creatieprojecten. Succes zit niet in personalisatie, maar in duurzame gemeenschapsvorming. Door de hoge betrokkenheid en personalisatie stijgt de betalingsbereidheid, vooral onder jongeren. Cultuurhuizen kunnen risico’s nemen, experimenteren en investeren in nieuwe formats zonder voortdurend te moeten besparen. Op een zwoele zomeravond organiseert de VIERNULVIER een evenement. In de grote zaal gaat geen klassieke voorstelling door, maar een modulair concert dat zich voortdurend aanpast. Het resultaat van intense samenwerking tussen een professionele kunstenaar en een diverse groep jongeren. De programmatie kan elk moment veranderen afhankelijk van de reactie van het publiek. Bezoekers dragen lichte headsets die hun reacties meten: aandacht, emotie, beweging. Een AI-systeem vertaalt deze data live naar licht, geluid en projecties. Het publiek stemt via hun interface op variaties in tempo, sfeer en visuals. Achter de schermen schuilt de artiest die onder hoge druk staat om te voldoen aan de noden van het publiek, anders wordt hij/zij vervangen. Sommige bezoekers volgen het geheel vanuit de zaal, anderen loggen van thuis uit in en beïnvloeden het verloop evenzeer. Na afloop blijft het publiek hangen. Er is een nagesprek, kleinere werktafels waar scènes opnieuw worden besproken, jongeren die reflecteren samen met de maker. Het werk wordt nadien gedeeld als inspiratiebron, maar behoudt zijn integriteit als artistiek product en wordt niet eindeloos herschreven. Zoals een moestuin in volle zomer is deze cultuursector rijk, divers en in voortdurende groei. Niet iedereen is tegelijk tuinier, maar iedereen draagt zorg voor dezelfde Vlaamse grond. Er wordt geplant, geëxperimenteerd en geoogst, soms mislukt er iets, maar er is ruimte om opnieuw te beginnen. Cultuur bloeit hier omdat beleid, technologie, economie en publiek elkaar versterken. Niet perfect georganiseerd, maar levendig, productief en toekomstgericht als een publieke ruimte.
METHODIEK 1: GPS-brainstormkit
Aantal respondenten
?
Schatting
?
Reëel
Belangrijkste resultaten
- Tijdens de ideationfase hebben we via de GPS-methode een brede set aan ideeën gegenereerd rond de invulling van de Balzaal. Deze ideeën werden vervolgens gestructureerd en geëvalueerd aan de hand van een matrix met twee assen: haalbaar vs. niet haalbaar en saai vs. cool. Door alle ideeën visueel te positioneren binnen deze matrix (in Miro), kregen we een duidelijk overzicht van welke concepten zowel innovatief als realistisch zijn. Dit hielp ons om gericht te convergeren naar een eerste selectie van ideeën die potentieel hebben om verder uitgewerkt te worden. De focus lag daarbij vooral op de ideeën die zich in het kwadrant “haalbaar & cool” bevinden, aangezien deze het meeste potentieel bieden binnen de context van VIERNULVIER en de Balzaal. De volledige ideation-output en matrix zijn terug te vinden in onze Miro-omgeving (zie link), die als visuele en gedeelde basis diende voor verdere conceptontwikkeling. https://miro.com/welcomeonboard/SWdRcWhkZ3hLd1FYNDZxbUdldytjd3BoMExBUS94aUljYkFBbjJOQnZ4a3RTTVBodnVqYld4RWdpdEk4UEI1N1F4bVMwNVp3d1FQSVNiNC9PVElKR0lVWkZKS3NCM1U2aWhXbEV4NXl6WTVSYXJIc1J1RWlYeDlya3lJZXhTU29nbHpza3F6REdEcmNpNEFOMmJXWXBBPT0hdjE=?share_link_id=134263672191
METHODIEK 2: Idea canvas
Aantal respondenten
?
Schatting
?
Reëel
Belangrijkste resultaten
- Op basis van de GPS-methode en de bijhorende matrix (haalbaar vs. niet haalbaar en saai vs. cool) hebben we onze ideeën geclusterd tot een aantal veelbelovende conceptrichtingen. Deze clustering hielp ons om uit de brede ideegeneratie te convergeren naar ideeën met het meeste potentieel. Vervolgens hebben we het Idea Canvas gebruikt om deze geselecteerde ideeën verder uit te werken en te concretiseren. Hierbij dachten we na over het probleem, de doelgroep, de waarde, impact, mogelijke risico’s en betrokken stakeholders. Tegen het einde van de ideation bootcamp werkten we binnen het lentescenario twee concepten uit die we presenteerden. Daarna hebben we deze aanpak verder doorgetrokken en uiteindelijk vier concepten ontwikkeld: telkens één per scenario. De volledige evolutie van ideeën, clustering en uitwerking is terug te vinden op ons Miro-bord (zie link), dat diende als centrale werk- en denkruimte gedurende het proces. https://miro.com/welcomeonboard/SWdRcWhkZ3hLd1FYNDZxbUdldytjd3BoMExBUS94aUljYkFBbjJOQnZ4a3RTTVBodnVqYld4RWdpdEk4UEI1N1F4bVMwNVp3d1FQSVNiNC9PVElKR0lVWkZKS3NCM1U2aWhXbEV4NXl6WTVSYXJIc1J1RWlYeDlya3lJZXhTU29nbHpza3F6REdEcmNpNEFOMmJXWXBBPT0hdjE=?share_link_id=134263672191
METHODIEK 1: Creative brainstorm
Aantal respondenten
16
Schatting
12
Reëel
Belangrijkste resultaten
- Tijdens de creatieve brainstorm, opgebouwd uit verschillende rondes, verzamelden we een brede set aan inzichten, feedback en nieuwe ideeën rond de concepten voor de Balzaal. Deelnemers werden ondergedompeld in hun toegewezen toekomstscenario, waarna ze kritisch reflecteerden op het bestaande concept, deze verder verbeterden en een nieuw concept bedachten. Dit leverde concrete aanpassingen, nieuwe features en invullingen op die beter aansluiten bij de leefwereld van de jongeren. Over de verschillende groepen heen zagen we zowel terugkerende patronen (zoals het belang van participatie, community en beleving) als uiteenlopende perspectieven. Alle input werd systepatisch vastgelegd vie templates en moderatornotities, waardoor deze fase een sterke basis vormt voor verdere analyse en iteratie van concepten en het formuleren van design requirements.
METHODIEK 1: Expert interview
Aantal respondenten
6
Schatting
11
Reëel
Belangrijkste resultaten
METHODIEK 2: Card sorting
Aantal respondenten
6
Schatting
11
Reëel
Belangrijkste resultaten
- De concepten die volgens de experten het meeste potentieel hebben en het hoogste werden gerangschikt tijdens de card sorting oefening zijn: 't Is aan de Jeugd, 404 MaakMatch en Balzaal Olympia.
METHODIEK 3: SWOT analysis
Aantal respondenten
?
Schatting
?
Reëel