Challenge door VIERNULVIER

Hoe kan VIERNULVIER haar cultureel aanbod als Vlaams kunstencentrum strategisch positioneren en vernieuwen om relevant te blijven voor huidige en toekomstige jongeren, binnen een onzekere culturele, maatschappelijke en steeds digitalere context?

Fase 3

24/11/2025 - 14/12/2025

Doelstelling

Na het samenbrengen van de trends en onzekerheden uit Fase 1 wordt er een eerste set scenario's uitgewerkt. Deze 4 toekomstbeelden dienen om een beeld te geven van hoe cultuurbeleving in 2045 zou kunnen worden georganiseerd en ervaren.

Vraagstelling

  1. Hoe zal cultuurbeleving in 2045 er mogelijks uitzien?

Methodeplanning

Environmental scanning
  • Aantal respondenten: -
  • Fase: Data analyse
Scenario matrix
  • Aantal respondenten: -
  • Fase: Data analyse

Taakverdeling

Scenario matrix opbouwen

Volledig team

Uitschrijven scenario's
  • Léon De Timmerman
  • Flo Van Hove
  • Luna Pieters
  • Morgane Spanhove
  • Valerie Van Hoye
METHODIEK 1: Scenario matrix
Aantal respondenten
? Schatting
? Reëel
Belangrijkste resultaten
  • 4 scenario's: Scenario 1 (paars): Winter: cultuur als bevroren vijver In dit toekomstscenario ontwikkelt de Vlaamse cultuursector zich tot een gesloten, weinig innovatieve en financieel kwetsbare structuur. Dit scenario is te vergelijken met een vijver die in de winter volledig bevriest: het water staat stil, onder het ijs hebben organismen het moeilijk om te overleven. Net zo raakt ook de cultuursector steeds meer afgesloten van nieuwe invloeden en komt haar innovatieve dynamiek tot stilstand. De overheid oefent steeds meer invloed uit, waardoor de sector wordt afgeremd. Cultuurhuizen moeten aan strengere voorwaarden voldoen om subsidies te krijgen en hun programma-aanbod moet aan steeds meer regels voldoen, waardoor een deel van hun autonomie verloren gaat. Tegelijk krimpen de budgetten voor cultuur, zowel vanuit de overheid als intern binnen de cultuursector. De besparingen die Vlaanderen vandaag al doorvoert, zetten zich sterk door. Tegen 2045 is cultuur daardoor geëvolueerd tot een luxeproduct. Voor jongeren wordt het onbetaalbaar om een concert bij VIERNULVIER bij te wonen, terwijl alleen een kleine, rijke elite dit zich nog kan veroorloven. Zo draagt VIERNULVIER niet langer bij aan verbinding, maar vergroot ze mee de kloof tussen arm en rijk. Door deze beperktere financiële ruimte durven cultuurhuizen minder risico’s te nemen en krijgen nieuwe stemmen nauwelijks kansen. Diversiteit en inclusiviteit blijven achter omdat het beleid te traag evolueert in vergelijking met de realiteit van een diverse samenleving. De sector wordt daardoor homogener en minder vooruitstrevend. Veel jongeren herkennen zichzelf niet langer in het aanbod en voelen zich daardoor steeds minder welkom. Dit heeft meteen invloed op hun motivatie om nog naar culturele activiteiten te komen. Tokenisme wordt de norm: cultuurorganisaties nemen mensen uit minderheidsgroepen aan om inclusief te lijken, maar in werkelijkheid blijven belangrijke machts- en beslissingsposities in handen van dezelfde, vooral witte, profielen. Er gebeuren geen structurele veranderingen in het beleid. Tegelijk groeit het technologisch scepticisme. Zowel artiesten als het publiek staan terughoudend tegenover nieuwe technologieën. Dit komt deels door zorgen rond auteursrechten, maar ook doordat er beperkte middelen zijn om digitale vernieuwing te omarmen. Digitale innovaties, zoals VR en AI-gestuurde curatie, worden nauwelijks gebruikt. Daardoor ontbreken nieuwe kanalen en middelen voor opkomende makers om hun werk te tonen en wordt de zichtbaarheid van nieuwe makers beperkt. Het publiek wordt voornamelijk gezien als passieve consument. De beslissing nemers van de cultuurhuizen bepalen wat er op het programma staat, zonder veel ruimte voor samenwerking of participatie. Bezoekers kunnen alleen kiezen uit een vooraf vastgelegd aanbod. Ze worden niet beschouwd als partners die mee kunnen denken, maar als consumenten van een eindproduct. Deze top-down benadering leidt tot een dalende diversiteit aan aanbod, waardoor de cultuurbeleving opnieuw eentonig begint te voelen en nauwelijks de creativiteit prikkelt. Economisch leidt dit alles tot een sector die onder grote druk staat. Jongeren zijn minder bereid, en vaak niet in staat, om te betalen voor cultuur. Culturele organisaties moeten dus werken met minder middelen, minder engagement, én minder diversiteit, waardoor de hele sector in een soort neerwaartse spiraal terechtkomt. Vergelijkbaar met een vijver die in de winter steeds meer bevriest waardoor het leven onder het ijs verstijft. Scenario 2 (blauw): Lente: cultuur als doorzettend klimop Vlaanderen belandt in een paradoxale culturele realiteit. De overheid trekt zich steeds verder terug, subsidies dalen en regelgeving neemt toe, terwijl het cultuurbeleid te homogeen blijft voor een steeds diversere samenleving. Tegelijk versnelt de technologische adoptie sterk. Het resultaat is een cultuursector die economisch onder druk staat, maar zich van onderuit heruitvindt: dynamisch, experimenteel en voortdurend in beweging, maar zonder structurele ademruimte. Dit scenario is te vergelijken met doorzettende klimop. Ondanks beperkte ruimte en tegenwind blijft de plant groeien en zoekt ze telkens nieuwe routes. Op dezelfde manier ontwikkelen nieuwe generaties cultuurmakers alternatieve vormen van cultuurproductie en -verspreiding. Innovatie ontstaat uit noodzaak. Technologie is volledig genormaliseerd. Lage instapkosten en krachtige digitale tools democratiseren creatie: iedereen kan maker worden. Cultuur verschuift naar een gemedialiseerde, hybride omgeving waarin algoritmes steeds meer bepalen wat zichtbaar wordt. De cultuurbeleving wordt bottom-up: jongeren en communities organiseren zelf events, experimenteren met formats en vervagen de klassieke rollen van publiek. Cultuurhuizen transformeren van traditionele instellingen naar gedeelde platformen. Deze creatieve wildgroei zorgt voor veel energie en vernieuwing, maar ondermijnt ook centrale kwaliteitsbewaking en langetermijnplanning. Samen met technici, kunstenaars en historici ontwikkelt VIERNULVIER het idee voor Tijdrijzen met de 404: een locatiegebonden toneelstuk dat zich afspeelt in het hele gebouw. Via Augmented Reality, een app en een hoofdtelefoon kunnen bezoekers zich door verschillende tijdperken van de Vooruit bewegen. Er is geen vaste route: het publiek bepaalt zelf waar en wanneer het zich bevindt. Op specifieke locaties verschijnen 3D-modellen en beelden waarmee bezoekers kunnen interageren en vragen stellen. Het publiek krijgt maximale agency en een sterk immersieve ervaring. Het project is technologisch perfect haalbaar, maar financieel nauwelijks realiseerbaar. De overheid ziet innovatie niet langer als prioriteit en biedt onvoldoende ondersteuning voor dergelijke experimenten. Jongeren ervaren het beleid als vergrijsd en wenden zich tot alternatieve platforms zoals OmniCulture, een Amerikaans platform dat nichecontent cureert en distribueert. Met miljoenen gebruikers wereldwijd biedt het een plek waar iedereen maker kan zijn en waar lokale relevantie belangrijker is dan institutionele erkenning. Vlaamse jongeren produceren en consumeren hier een groot deel van hun cultuur.Ook de 404 wordt deels afhankelijk van dit platform: voor distributie, zichtbaarheid en publieksinteractie. Bezoekers zien een voorstelling live, laten nadien reviews achter op OmniCulture en nemen deel aan online discussies of co-creatieprojecten die verder circuleren op het platform. Dit versterkt participatie en bereik, maar maakt cultuurhuizen kwetsbaar en afhankelijk van commerciële datagiganten. Economisch blijft de druk hoog. De betalingsbereidheid daalt terwijl de verwachtingen van het publiek stijgen. Privatisering en sponsors worden steeds belangrijker. Cultuurhuizen moeten extreem efficiënt werken en investeren enkel waar een directe return mogelijk is. Grote technologische investeringen, zoals voor Tijdrijzen met de 404, blijven daardoor uit, ondanks hun artistieke en maatschappelijke potentieel. Scenario 3 (oranje): Lente: cultuur als samenwerkende bijenkorf In dit toekomstscenario is de cultuursector sociaal sterk, inclusief en gaat participatief vooruit, maar economisch kwetsbaar doordat die structureel onder financiële druk staat. We kunnen dit scenario vergelijken met een bijenkorf in de herfst. In een bijenkorf werken alle bijen samen: ze organiseren zich, nemen verantwoordelijkheid op en zorgen collectief voor het voortbestaan van het ecosysteem, zelfs wanneer de omstandigheden moeilijk zijn. Op dezelfde manier functioneert de cultuursector in 2045: veerkrachtig dankzij samenwerking en solidariteit, maar fragiel op economisch vlak. De overheid ziet cultuur als een maatschappelijke meerwaarde en voert een gunstig cultuurbeleid dat inzet op artistieke vrijheid, cultuureducatie en brede participatie. Cultuurhuizen krijgen ruimte om te experimenteren en worden gestimuleerd om hun publiek actief te betrekken. Zo evolueren cultuurhuizen naar een open plek waar cultuur samen wordt gemaakt. Ze functioneren als een gedeelde infrastructuur waarbij het grootste deel van het aanbod ontstaat door co-creatie en dialoog. Jongeren zijn geen passieve bezoekers, maar partners. Instellingen werken samen met jongeren, kunstenaars en gemeenschappen om formats te ontwikkelen die betekenisvol en toegankelijk zijn. Jongeren krijgen tijdelijk toegang tot zalen, basistechnieken en begeleiding. VIERNULVIER is niet de enige verantwoordelijke voor de inhoud, maar zorgt wel voor de basisvoorwaarden zoals veiligheid en artistieke vrijheid. Jongeren ontdekken projecten en worden bereikt via netwerken die ze al kennen zoals Discord-servers, gesloten Instagram-accounts, of schoolgroepen. Toegang verloopt meestal via iemand die ze vertrouwen. Culturele activiteiten voelen daardoor minder als “een avondje weg naar een cultuurhuis” en meer als “iets van ons”. Deelname komt tot stand vanuit vertrouwen en samenwerking, niet omdat men zich verplicht voelt of overtuigt moet worden door marketing. Technologie speelt hierbij een ondersteunende, maar gematigde rol. Er wordt niet zwaar ingezet op nieuwe tools, maar op eenvoudige digitale middelen die samenwerking mogelijk maken. Technologie helpt om het samenwerken te organiseren, zonder de cultuurbeleving te domineren of te bepalen. Grote investeringen in technologie blijven uit, niet door gebrek aan interesse, maar door beperkte middelen en voorzichtige omgang met innovatie. Economisch blijft deze wereld fragiel, privatisering en stijgende kosten zetten druk op de sector, terwijl jongeren een lage betalingsbereidheid hebben door beperkte middelen. Er zijn nauwelijks vaste inkomsten, de meeste jongeren werken vrijwillig aan de participatieve projecten en tickets zijn vaak goedkoop of Pay-What-You-Can. Cultuurhuizen overleven dankszij beperkte subsidies, gedeelde middelen en het continu doorgeven van verantwoordelijkheid. Vergelijkbaar met een bijenkorf die zelfs in de herfst blijft functioneren dankzij de samenwerking van alle bijen. Scenario 4 (roos): Zomer: cultuur als dynamische moestuin In dit scenario groeit de Vlaamse cultuursector uit tot een duurzaam en toekomstgericht ecosysteem waarin beleid, technologie, economische groei en participatie elkaar structureel versterken. De cultuursector lijkt op een goed onderhouden moestuin waarin er bewust wordt geplant, continu verzorgd en samen geoogst. Voor VIERNULVIER betekent dit dat het kunstencentrum kan werken met een duidelijke langetermijnvisie, gedragen door stabiele subsidies en een overheid die innovatie en participatie actief stimuleert. Vandaag bereidt VIERNULVIER zich hier al op voor door te investeren in publiekswerking, digitale infrastructuur en duurzame samenwerkingen, bijvoorbeeld door residenties open te stellen voor jonge makers met diverse achtergronden en door experiment toe te laten in programmatievormen die nog niet meteen een klassiek publiek garanderen. In dit scenario voert de overheid een progressief en stimulerend cultuurbeleid dat inzet op innovatie, participatie en diversiteit. Stabiele subsidies en een sterke verankering van cultuureducatie creëren een klimaat waarin cultuurhuizen kunnen investeren op de lange termijn. Diversiteit wordt actief gemonitord en mee vormgegeven via participatieve structuren, waardoor jongeren erkend worden als volwaardige partners. Op het podium staan niet enkel professionele kunstenaars en performers. De cultuurbeleving verschuift naar een uitgesproken bottom-up dynamiek waarin het publiek zelf de richting bepaalt. Bezoekers zijn niet langer passief, maar nemen actief de regie over het culturele aanbod. Zij sturen programmatie, formats en thema’s aan via hun voorkeuren, initiatieven en directe inspraak. Zo komen thema’s rond klimaat, identiteit of technologie niet alleen van kunstenaars, maar ook uit publieksvoorstellen, online fora en samenwerkingen met scholen en jeugdorganisaties. Hierbij speelt technologie een belangrijke rol die participatie versterkt. Culturele instellingen evolueren van curator tot facilitator. Ze fungeren als platform waarbij ideeën, evenementen en nieuwe vormen van cultuur rechtstreeks uit een divers publiek ontstaan. Het resultaat is een hyperdiverse, levendige cultuurpraktijk waarin het publiek de koers uitzet en de sector voortdurend mee beweegt met hun veranderende interesses en creativiteit. Technologie is volledig ingebed in de werking van kunstencentra en vormt een vanzelfsprekend onderdeel van cultuurcreatie, organisatie en publieksbereik. AI, VR en andere digitale tools maken producties toegankelijker, persoonlijker en veelzijdiger. Hybride zalen maken het mogelijk om voorstellingen zowel live als digitaal aan te bieden, met verschillende ticketformules. Zo heeft het publiek de mogelijkheid om een voorstelling te beleven via een fysieke stoel in de zaal, een interactieve livestream, of een digitale after-experience waarin de voorstelling kan worden herbeleefd en bewerkt. Deze vormen zorgen niet alleen voor een groter bereik, maar ook voor nieuwe inkomstenstromen en een hogere betrokkenheid van jongeren, die zich herkennen in deze flexibele manieren van cultuurconsumptie. De lage instapdrempel zorgt ervoor dat ze moeiteloos kunnen aansluiten als makers. Kunstencentra werken structureel samen met technologische instellingen zoals onderzoekscentra of commerciële bedrijven. Een samenwerking met een technologisch onderzoekscentrum kan zo experimentele tools ter beschikking stellen voor kunstenaars en jongeren, terwijl onderzoekers leren van artistieke methodes en publieksinteractie. De overheid stimuleert dit actief via gezamenlijke subsidies, innovatieprogramma’s en gedeelde infrastructuur, waardoor cultuurhuizen knooppunten vormen in een bredere kennis- en creatie-economie. De cultuursector bevindt zich op economisch vlak in een stabiele en gunstige omgeving. Zowel de overheid als private partners investeren structureel, terwijl digitale tickets, virtuele events en nieuwe ownership-modellen zorgen voor bijkomende inkomstenstromen. Door de grotere toegankelijkheid en personalisatie stijgt de betalingsbereidheid en groeit het publiek, zeker onder jongeren. Samen leidt dit tot een inclusieve, technologisch rijke en financieel robuuste cultuursector die durft te experimenteren. Cultuur wordt niet langer alleen voor het publiek gemaakt, maar dóór het publiek, gedragen door sterke maatschappelijke en economische fundamenten. (Aanpassingen zijn nog mogelijk na feedback van onze Community of Practice)

Antwoorden

Fase 2

13/10/2025 - 23/11/2025

Doelstelling

In deze fase worden er expertinterviews voorbereid en afgenomen met ongeveer 10 sleutelactoren uit de Vlaamse cultuursector. Tegelijkertijd doen we deskresearch om een zo breed mogelijk begrip te krijgen van de huidige Vlaamse cultuursector. Op het einde van deze fase hebben we een overzicht van de belangrijkste trends en onzekerheden.

Vraagstelling

  1. Wat zijn de belangrijkste trends en onzekerheden in de huidige Vlaamse cultuursector?

Methodeplanning

Desk Research
  • Aantal respondenten: -
  • Fase: Rapportering
Literatuurstudie
  • Aantal respondenten: -
  • Fase: Rapportering
Expert interview
  • Aantal respondenten: 10
  • Fase: Data verzameling
PESTEL analysis
  • Aantal respondenten: -
  • Fase: Rapportering

Taakverdeling

Interviewvragen opstellen

Volledig team

Interviews afnemen

Volledig team

Interviews transcriberen en trends analyseren

Volledig team

Kader/constraints
  • Valerie Van Hoye
METHODIEK 1: Desk Research
Aantal respondenten
? Schatting
? Reëel
Belangrijkste resultaten
  • 1. Politics Politieke beslissingen hebben een grote impact op de cultuursector en zijn geheel (Svich, 2022). Zulke beslissingen leiden ofwel tot investeringen of tot besparingen in de cultuursector. De staat financiert vaak een groot netwerk van theaters en geeft hen subsidies, hierdoor is het budget van cultuurhuizen grotendeels afhankelijk aan staatssteun (Sayfullaev, 2021). België is met de komst van de nieuwe regering enorm aan het besparen om zo het begrotingstekort te verminderen. Hierdoor wordt er dus ook bespaard op de cultuursector. Cultuurhuizen ontvangen een dalend budget, aldus Kristof. Olivier en Franky vermelden hierbij ook dat de politiek steeds meer reguleert en invloed heeft op het cultuurbeleid. Hieruit ontdekken we twee trends. De eerste trend is stijgende bezuinigingspolitiek dat leidt tot krimpende financiële staatssteun voor de cultuursector. De cultuursector ziet budgetten dalen door besparingen van de huidige regering. De tweede trend is de toenemende politieke regulering in de cultuursector. De overheid bemoeit zich steeds meer met de cultuur en wil meer sturen. Cultuurhuizen verliezen hierdoor mogelijks een deel van hun autonomie en moeten aan opgelegde voorwaarden voldoen. 2. Economics Zoals hierboven vermeld staat, is de cultuursector financieel afhankelijk van de staat. Wanneer dan de overheidsuitgaven voor de culturele sector in Vlaanderen daalt, stijgt het belang van de private sector (OECD, 2023). De cultuursector moet budget halen uit andere zaken. Hierdoor kunnen nieuwe financiële modellen ontstaan, zoals contracten met regisseurs, sponsors, fondsen en internationale organisaties die samenwerken (Sayfullaev, 2021). Deze nieuwe modellen zijn nodig want anders gaan cultuurhuizen moeten schrappen in aanbod en programmatie voor jongeren (OECD, 2023). Olivier vermeld hier passend bij dat cultuurhuizen steeds meer afhankelijk worden van private inkomsten en fondsen. Hieruit ontdekken we drie nieuwe trends. Ten eerste is er een stijgende trend rond privatisering van de financiering. Door besparingen vanuit de staat moet de sector zich bezighouden met een marktgerichte aanpak. Dit maakt cultuurhuizen afhankelijker van private inkomsten, fondsen en sponsoring. Ten tweede is er een stijgende nood aan hybride financiering in de cultuursector om budget te vinden. Samenwerkingen met internationale organisaties, contracten met regisseurs en externe fondsen als nieuw verdienmodel is een noodzakelijke innovatie om te blijven overleven. Als laatste is er een dreiging op de productie en programmatie door economische druk. Als budgetten te laag blijven dreigt er gesneden te worden in de programmatie, waarbij jongeren een lager cultuuraanbod krijgen. 3. Social De cultuursector heeft een enorm diverse en versnipperde doelgroep. Kristof argumenteert hierbij dat de maatschappij an sich divers en complexer wordt, wat zich weerspiegeld op het publiek. Theater, dansvoorstellingen en concerten creëren waarde. Het aanbod moet waardevol zijn voor het publiek anders komen ze niet opdagen. Een verhaal of show creëert emoties, zet aan tot denken en biedt escapisme. Zo ontstaan er een bilaterale communicatie tussen de kijker en de show, want het publiek verwerkt de informatie en zal reageren (Buljubašić, 2020; Tsagareli, 2021). Door de versnipperde doelgroep is het van groot belang dat de cultuursector zijn publiek begrijpt en ernaar luistert. Volgens Franky kan je de doelgroep segmenteren op basis van hun identiteit en op basis van hun generatie. Een groot deel van Gen Y (geboren 1980-1996) geeft aan dat ze minder tijd hebben om te participeren. Dit kan liggen aan het feit dat zij zich in de levensfase bevinden waarin zij jonge ouders zijn. Zij worden het meest aangetrokken tot shows door een aanbeveling van een vriend. Dit toont aan dat ze het beste bereikt worden via face-to-face communicatie en minder digitaal (Buljubašić, 2020). Aansluitend ziet Mohammed dat oldschool marketing, bijvoorbeeld via flyers, soms beter werkt dan digitale marketing. Want de mens is een sociaal dier en heeft dus nood aan sociaal contact waardoor dit soms de beste manier is om hen te bereiken. Gen Z (geboren 1996-2010) gedraagt zich iets anders. Het meest voorkomende obstakel voor hen is een gebrek aan interesse. Dit kan liggen aan het feit dat zij het moeilijk vinden om langdurig geïnteresseerd en geconcentreerd te blijven op iets. Zij zijn daarentegen wel technologisch afhankelijk en hebben nood aan digitale communicatie. Adverteren via sociale media en e-mail nieuwsbrieven zijn een belangrijke manier om hen te betrekken (Buljubašić, 2020). Hieruit ontdekken wij drie nieuwe trends. De eerste trend gaat over de generatiekloof in het publiek. Een ‘one-size-fits-all’ benadering is niet meer van deze tijd. Gen Z en Gen Y, maar ook andere generaties ervaren andere noden en behoeftes. De tweede trend gaat over de marketingparadox (Oldschool vs. digitaal). Cultuurhuizen moeten een communicatiestrategie voeren die de versnipperde doelgroepen kan bereiken. De derde trend gaat over de stijgende nood aan co-creatie. Het publiek van de cultuursector is geen passieve consument. Men komt kijken als het aanbod “waarde” heeft voor hen. De cultuursector moét luisteren naar hun publiek. 4. Technology Volgens Patsalidis (2025) krijgt technologie een steeds meer dominante rol binnen de cultuursector. Technologie stimuleert de democratisering van theater. Toneelstukken, dansvoorstellingen enzovoort kunnen via opname meer toegankelijk gemaakt worden voor mensen die gehinderd zijn door economische, gezondheids, -geografische of tijdproblemen. Bovendien kan er ook geëxperimenteerd worden met hybride formats en stage tech. Virtual reality, CGI en interactie omgevingen bieden een immersieve ervaring voor het publiek. Hierdoor vervaagt de grens tussen de kijker en het theaterstuk. Het publiek kan participeren en de performance in real time beïnvloeden. Immersive theatre is een voorbeeld van zo een nieuw format dat is ontstaan door de implementatie van technologische veranderingen in de cultuursector. Het format maakt het mogelijk om een denkbeeldige omgeving te laten reageren met het fysieke lichaam waarbij het publiek centraal staat. Kenmerkend hierbij is de agency en interactie bij het publiek (Punpeng & Yodnane, 2023). VR-, AR-, MR- en XR-technologieën spelen een grote rol in het creëren van zulke immersieve ervaringen voor het publiek (Iudova-Romanova et al., 2022). Kunstenaars ervaren hierdoor meer mogelijkheden rond hun artistieke expressie, maar kennis van 3D-software en computergraphics is wel noodzakelijk (Tonkoshkura, 2022). Technologische innovaties maken nieuwe esthetische mogelijkheden voor cultuurhuizen, het vergroot de publieksinteracties en stimuleren nieuwe formats. Hier halen we enkele trends uit. Ten eerste is er de trend van toenemende democratisering van theater. Optredens en voorstellingen worden meer toegankelijk voor iedereen. Content kan online worden gezet en gearchiveerd. Ten tweede is er meer interactie en agency bij het publiek. Er ontstaan interactieve omgevingen waarbij het publiek actief deelneemt en soms zelf co-creëert. 5. Environment Niet relevant voor ons onderzoek. 6. Legislative Niet relevant voor ons onderzoek. 7. Bibliografie Buljubašić, I. (2020). EXPLORING THE MOTIVES OF YOUNG AUDIENCE FOR THEATRE ATTENDANCE. International Journal Vallis Aurea, 6(2), 5-15. https://doi.org/10.2507/IJVA.6.2.1.70 OECD, (2023). Culture and the Creative Economy in Flanders, Belgium. Patsalidis, S. (2025). Major Challenges Facing 21st Century Theatre. Punpeng, G., & Yodnane, P. (2023). The route to immersion: A conceptual framework for cross-disciplinary immersive theatre and experiences. Humanities and Social Sciences Communications, 10(1), 961. https://doi.org/10.1057/s41599-023-02485-1 Sayfullaev, N. B. (2021). The Main Trends in the Development of Theatrical Art in Uzbekistan. International Journal of Early Childhood Special Education, 268-273. https://doi.org/10.9756/INT-JECSE/V13I1.211028 Svich, C. (2022). Toward a Future Theatre: Conversations during a Pandemic. Tonkoshkura, O. (2022). Theatre in the Age of Digital Technologies. ARTISTIC CULTURE. TOPICAL ISSUES, 18(2), 30-35. https://doi.org/10.31500/1992-5514.18(2).2022.269774 Tsagareli, T. (2021). CHALLENGES OF THE 21st CENTURY IN THE ART OF THEATER.
METHODIEK 2: Expert interview
Aantal respondenten
10 Schatting
10 Reëel
Belangrijkste resultaten
  • Trends en onzekerheden Vlaamse cultuursector Aan de hand van de transcripties van onze expertinterviews en deskresearch werden de voornaamste trends en onzekerheden geïdentificeerd. Net zoals bij de structuur van onze interviews zijn deze opgedeeld volgens het PESTEL raamwerk. Politiek Stijgende invloed door regulering - Deze trend heeft betrekking op de toenemende mate waarin overheidsbeleid en subsidiëring de werking en de inhoud van cultuurhuizen bepalen. Dalende subsidies - Er is een groeiende financiële druk op cultuurhuizen door de vermindering van overheidssubsidies. Economie Dalend budget - Enerzijds is er economische onzekerheid en inflatie waardoor jongeren minder kunnen/willen betalen. Anderzijds krimpen de inkomsten van cultuurorganisaties zelf terwijl kosten onder druk staan, waardoor er minder middelen overblijven voor de artistieke werking. Stijgende diversifiëring van inkomstenbronnen - Door het wegvallen van structurele subsidies worden cultuurhuizen steeds afhankelijker van private fondsen en alternatieve financieringsmodellen, wat de competitie tussen organisaties versterkt. Toenemende privatisering - Door afnemende structurele subsidies schuift de overheid het cultuurveld meer richting private financiering. Hierdoor moeten organisaties nieuwe inkomstenmodellen ontwikkelen. Sociaal Complexere samenleving - De samenleving wordt complexer door groeiende diversiteit, verschillen in sociaaleconomische en culturele achtergronden en toenemende segmentatie van het publiek, waardoor niet alle groepen evenveel participeren. Tegelijk ontstaan nieuwe uitdagingen rond toegankelijkheid, inclusie en macht, waardoor culturele organisaties balanceren tussen brede publiekswerking en specifieke doelgroepen. Dalende diversiteit van aanbod - De diversiteit in programmatie en aanbod staat onder druk door krimpende budgetten en toegenomen concurrentie, waardoor minder ruimte ontstaat voor variatie en artistieke risico’s. Dalende interesse jongere generaties - Jongeren tonen minder interesse in cultuur en kunst omdat hun aandacht meer platform gedreven is, en omdat ze minder in aanraking komen met kunst en cultuur. Daarnaast zorgen tijdsgebrek, veranderende waarden en technologische afhankelijkheid ervoor dat de drempel om actief deel te nemen aan cultuurbeleving groter wordt. Zo verwachten jongeren bijvoorbeeld hyper gepersonaliseerde content. Dalende betalingsbereidheid, stijgende serviceverwachtingen - Men is minder bereid geld uit te geven aan cultuur vanwege hogere levenskosten en de gewoonte aan gratis online entertainment. Ook verwachten ze een hoger serviceniveau van culturele instellingen en nightlife. Stijgende nood aan co-creatie - De cultuurconsument vandaag is verschoven van een passieve toeschouwer naar een actieve maker. Het publiek heeft de wens om inspraak te hebben in het culturele aanbod. Cultuurhuizen moeten platformen worden voor co-creatie. Achterblijvende diversiteit/inclusiviteit in het cultuurbeleid - Hoewel de cultuursector zegt inclusiever te willen worden, blijft hij structureel wit en middenklasse, waardoor echte veranderingen in macht en middelen uitblijven en organisaties vooral veilige symbolische acties nemen, met als gevolg dat de participatiekloof voor diverse groepen groot blijft. Meer versnipperde doelgroep - Er is een opkomst van gesegmenteerde nichegroepen die de cultuur veel meer vanuit hun eigen individualistische identiteit beleven. Medialisering van cultuurbeleving - Digitale technologieën en sociale platforms hebben een invloed op hoe jongeren cultuur gaan consumeren en ervaren. Toenemende kloof tussen generaties - Er zijn groeiende verschillen van waarden tussen leeftijdsgroepen. Vooral rond Gen Y, Gen Z en Gen Alpha, maar ook oudere generaties. Technologie Technologisch determinisme - De cultuursector heeft het gevoel dat ze mee moet gaan met elke nieuwe digitale trend. Daardoor ontstaat een technologische focus omwille van de technologie zelf, wat zowel duurzaamheid als de artistieke kern onder druk zet. Technologisch scepticisme - Er is een groeiende terughoudendheid om nieuwe technologieën klakkeloos te omarmen. Bovendien is er een bezorgdheid dat technologie leidt tot algoritmische bubbels en een verarming van de fysieke, collectieve kunstervaring. Toenemende democratisering - Cultuurvormen worden steeds toegankelijker via nieuwe distributiekanalen. Theater en kunst worden geglobaliseerd waardoor cultuurparticipatie wordt gedemocratiseerd. Toenemende opportuniteiten door technologie - Technologie biedt creatieve kansen, zoals AI, immersive formats en 360°-projecties, die snelheid en toegankelijkheid voor jongeren kunnen creëren. Ook biedt digitalisering organisatorische voordelen die cultuur wereldwijd toegankelijk maakt, de gebruikerservaring verbetert, en via data-analyse efficiënter inzicht geeft in publieksnoden. Meer interactie en agency publiek - Dit weerspiegelt ook de consument van passieve toeschouwer naar actieve maker en de ‘claim naar ownership’. De drang naar agency en interactie wordt versterkt door de digitale revolutie en beeldcultuur, wat hen een kans biedt om actief te interageren, wat cruciaal is om hen te bereiken en behouden. Milieu Toenemende verkoop online tickets - De verkoop van online tickets neemt toe doordat digitalisering en nieuwe technologische distributiekanalen het aankoopproces makkelijker en sneller maken, in lijn met de verwachtingen van een publiek dat gewend is aan digitale efficiëntie. Vooral jongeren beleven cultuur steeds meer via platformen, waardoor online ticketing aansluit bij hun manier van consumeren. Wetgeving Toenemend belang auteursrecht - Het auteursrecht wordt steeds belangrijker omdat traditionele copyrightmodellen onder druk staan door digitale verspreiding, AI, en nieuwe vormen van creatie. Tegelijk blijft auteursrecht cruciaal voor artiesten om hun werk te beschermen en een eerlijke vergoeding te garanderen. Drijvende krachten We namen enkele trends die bij elkaar horen samen, en formuleerden hiervoor 4 overkoepelende drijvende krachten. 1. Regulering en beleid 2. Technologische implementatie en acceptatie 3. Cultuurbeleving 4. Economie en inkomsten

Antwoorden

Fase 1

29/09/2025 - 14/12/2025

Doelstelling

We verdelen de rollen binnen de groep en verkennen reeds de VIERNULVIER en de maatschappelijke achtergrond hierbij. We gaan op gesprek bij Franky en krijgen zo inzicht in de werking en visie van de organisatie, maar ook de problemen die ze ervaren. Op basis van die verworven inzichten en achtergrondinformatie stellen we de onderzoeksvraag op die we zullen beantwoorden aan de hand van onze analyse. Op die manier beschikken we over de juiste informatie om onze contactpersonen te selecteren en ons voor te bereiden op de expertinterviews. Vanaf deze fase bouwen we ook onze Community of Practice en Community of Service op. Aangezien hier steeds mensen kunnen bijkomen door te sneeuwballen, is deze fase doorgetrokken door het hele semester.

Vraagstelling

  1. Wat zijn de actuele uitdagingen en wat is de maatschappelijke achtergrond voor VIERNULVIER?
  2. Waarop moet de onderzoeksvraag van het onderzoek focussen om tot relevante inzichten te komen?
  3. Welke belanghebbenden hebben interesse in ons thema?

Methodeplanning

Verkennend gesprek met Franky en Ilse
  • Aantal respondenten: 2
  • Fase: Voorbereiding

Taakverdeling

Informatie verwerven rond de organisatie en op bezoek bij VIERNULVIER

Volledig team

COP en COI lijst opstellen

Volledig team

METHODIEK 1: Stakeholder mapping
Aantal respondenten
? Schatting
? Reëel
Belangrijkste resultaten

Antwoorden